Mirjam Peters
"Als ik langs het ASR-gebouw in Utrecht fiets, denk ik nog steeds: wauw, daar heb ik aan meegewerkt."
Wie is Mirjam?
Mirjam Peters begon meteen na haar opleiding bij DGMR en werkt er inmiddels 19 jaar. Ze groeide door van technisch specialist naar senior, projectleider en uiteindelijk adviseur. Altijd op het snijvlak van bouwfysica en duurzaam bouwen.
Waarom DGMR?
Ik had bij twee bedrijven gesolliciteerd en van allebei een aanbieding gekregen. De projecten waren vergelijkbaar, het werk ook, en de arbeidsvoorwaarden eigenlijk ook. Toch voelde ik me hier gewoon meer thuis. Ik had een veel beter gevoel bij DGMR. Het voelde alsof ik hier beter tussen zou passen.
Wat me meteen opviel na de start: ik werd serieus genomen. Terwijl ik zelf dacht: ik kan eigenlijk nog helemaal niks, ik begin net. Toch voelde ik me meteen comfortabel. Iedereen was toegankelijk, je kon overal binnenlopen. Dat is tot op de dag van vandaag niet veranderd. En dat probeer ik nu zelf ook zo te doen.
Van pionieren naar renoveren
Een project dat me nog steeds bijblijft uit mijn beginperiode, is het NIOO-KNAW in Wageningen. Een prachtige opgave met een heel ambitieuze opdrachtgever. Die wilde steeds meer en stelde soms gebruikelijke keuzes ter discussie. Als we iets hadden bedacht, vroeg zij: kan dit niet nog beter? Waarom doen we dit niet?
Het project liep ver vooruit op het gebied van duurzaamheid. Duurzaamheid ging toen vooral over energie, maar we keken ook al naar ecologie, gezondheid, water en materialen. Het gebouw is grotendeels van hout gebouwd. Tegenwoordig vinden we dat bijna normaal, maar toen werd dat nog nauwelijks gedaan. Ik mocht als starter al aanschuiven bij de overleggen. Dat heeft me meer gebracht dan ik destijds besefte.
Tegenwoordig werk ik veel aan renovatieprojecten. Gebouwen uit de jaren tachtig en negentig die nu worden opgewaardeerd. Dat is een heel ander spel. In veel projecten hoor je: daar hebben we geen budget voor. Hier draait het om afwegen: wat doe je wel en wat niet? Bij het ene project pakken we alleen de installaties aan, bij het andere de hele schil. Elke keer zoek je naar de balans tussen ambitie, budget en wat technisch haalbaar is. Geen enkel project is hetzelfde. Het doel wel; gebouwen die voor de komende tig jaar weer meekunnen en prettig in gebruik zijn.
Ik woon in Utrecht en fiets regelmatig langs het ASR-gebouw. Als ik daarlangs fiets, denk ik nog steeds: wauw, daar heb ik aan meegewerkt.
Vertrouwen als basis voor groei
Hier wordt vaak gewoon gezegd: ga maar doen, dat kun je wel. Terwijl je zelf misschien denkt: ik weet het nog niet helemaal, ik heb dat nog nooit gedaan. Maar je krijgt het vertrouwen. En als je ergens echt in duikt en mensen merken dat op, word je al snel degene die daar meer van weet. Dan komen de vragen vanzelf naar je toe. Zo ontwikkelt het werk zich eigenlijk heel natuurlijk.
Naast dat informele vertrouwen zijn er ook trainingen en opleidingen. Je kiest zelf waar je interesse ligt of wat bij je functie past. En we hebben een goed systeem van voortgangsgesprekken, maandelijks als je dat wilt, waar je doelen en ontwikkeling centraal staan.
Gebouwen door heel Nederland
Er zijn meerdere momenten waar ik op terugkijk met trots. Wat ik het meest bijzonder vind na al die jaren, is dat er door het hele land gebouwen staan waar ik aan heb meegewerkt.
In het begin begon dat met kleine dingen. Een van mijn eerste berekeningen ging over een huis in Arnhem. Als ik daarlangs liep, dacht ik: die ventilatieroosters heb ik berekend. Een klein detail. Tegenwoordig zijn het vaak grotere projecten. Ik woon in Utrecht en fiets regelmatig langs het ASR-gebouw. Als ik daarlangs fiets, denk ik nog steeds: wauw, daar heb ik aan meegewerkt.
Bij de universiteit in Eindhoven heeft een atrium een bijzondere dakvorm gekregen. Die vorm is mede ontstaan omdat we samen met de architect hebben gekeken naar de optimale vorm voor om daglicht binnen te halen en zonnewarmte juist te weren. Dan is het heel leuk om te weten dat dat dak er zo uitziet omdat wij daar bouwfysisch goed over hebben nagedacht.
De sfeer en mede-eigenaar
Heel ontspannen. Niet qua werkdruk, want we hebben genoeg te doen, maar wel in hoe we met elkaar omgaan. Het is nuchter en down-to-earth. Iedereen zit gewoon bij elkaar en er is weinig hiërarchie. Je kunt net zo makkelijk met de directeur praten als met een collega. Dat moeten we ook zo houden, vind ik.
Mensen helpen elkaar en je ziet dat iedereen echt passie heeft voor het vak. Dat merk je ook in de gesprekken die we met elkaar voeren. En er is ruimte om even los te laten.
Iets wat de buitenwereld misschien niet weet: je kunt bij DGMR een stukje mede-eigenaar worden van de coöperatie. Meer dan de helft van de collega's is participant. Het gaat daarbij niet zozeer om rendement, maar om het gevoel dat DGMR echt van ons allemaal is. Dat vind ik een mooi en redelijk uniek aspect van het bedrijf.
-
"Een bevlogen club mensen die met veel plezier aan mooie projecten werkt."